Ook Volwassenen ondervinden problemen met ADHD


Driekwart van de kinderen met ADHD, ondervindt hiervan ook op volwassen leeftijd problemen. Het Trimbos-Instituut deed in opdracht van het ministerie van Volksgezondheid onderzoek en concludeerde: ‘Volwassenen met ADHD hebben een lager opleidingsniveau, een lager inkomen, 38 extra ziektedagen per jaar, een slechtere algemene gezondheid, meer pijnklachten, minder vitaliteit, slechter sociaal functioneren, vijfmaal hoger gebruik van zorgvoorzieningen, meer opnames in de GGZ, en significant meer bijkomende stoornissen gedurende de levensloop dan volwassenen zonder ADHD’.

Hulpverlening nog onvoldoende opmerkzaam:

Volwassenen met ADHD hebben meer moeite bij het dagelijks functioneren en vaker last van psychische stoornissen, zoals: depressies, paniekstoornissen en drugsgebruik. Opmerkelijk genoeg ontving maar een kwart van de onderzochte volwassenen in het afgelopen jaar behandeling gericht op ADHD. Dit terwijl zij wél hulp kregen voor bijkomende problemen waarvoor zij bij voorzieningen aankloppen.
Door miskenning van ADHD bij volwassenen, wordt onvoldoende gebruik gemaakt van effectieve behandelmethoden. Die zouden het werkverzuim en het beroep op zorgvoorzieningen kunnen verminderen. Volwassenen met ADHD lopen adequate behandeling mis.

Aanbevelingen van de onderzoekers:

Huisartsen, (bedrijfs)artsen, psychiaters en de GGZ herkennen ADHD op volwassen leeftijd nog onvoldoende, stellen de onderzoekers. Wellicht omdat er voor ADHD bij volwassenen nog relatief weinig maatschappelijke bekendheid is. Ook wordt het thema mogelijk onderbelicht in de psychiatrische opleidingen. Daarbij stellen de onderzoekers dat het tegelijkertijd voorkomen van meerdere stoornissen, het herkennen van ADHD bemoeilijkt. Het Trimbos Instituut pleit daarom voor meer aandacht in de gezondheidszorg voor ADHD bij volwassenen.

RED-Dieet geneest kinderen van ADHD?

02-10-2011 Kinderen die een speciaal dieet volgen, zijn in vijf weken van hun ADHD verlost. Dat blijkt uit wetenschappelijk onderzoek dat deze week in het prestigieuze tijdschrift The Lancet verscheen. Maar liefst twee derde van de kinderen blijken opmerkelijk goed te reageren op het Restricted Elimination Diet. ‘Bij 64 procent van de kinderen was na het volgen van het dieet geen sprake meer van ADHD’, schrijft het UMC St Radboud in een persbericht. Zou het echt zo eenvoudig zijn?

Het Red-Dieet:

De relatie tussen ADHD en voeding is niet nieuw. Het eens populaire idee dat snoep en kleurstoffen druk gedrag veroorzaakt, vindt in de studie echter geen bijval. ‘Het dieet verschilt per kind’, zegt onderzoekster Lidy Plessner, ‘Ouders moeten er ook echt niet op eigen houtje mee gaan experimenteren’. Elk dieet is maatwerk: wat wel en niet gegeten mag worden verschilt per kind.

Pelssner van het ADHD Research Centrum, begeleidt ouders al jaren bij de dieet behandeling. Gedurende vijf weken volgt het kind een strikt eliminatie-dieet, dat vooral bestaat uit water, rijst, wit vlees (kalkoen) en bepaalde soorten fruit en groente. Voedsel waar kinderen met ADHD gevoelig voor kunnen zijn, wordt uitgesloten. Na vijf weken is zichtbaar of de ADHD symptomen verminderen. Blijkt het dieet effectief, dan wordt één voor één etenswaar toegevoegd. Leidt dit niet opnieuw tot ADHD kenmerken; dan kan het kind het blijven eten. Zo wordt per kind vastgesteld welk voedsel het drukke gedrag opwekt.
In Plessners praktijk blijkt dat dit per kind meestal om ongeveer vijf heel alledaagse producten gaat – wat kan variëren van bloemkool, pindakaas, sinaasappels tot zelfs tandpasta. Een levenslang streng dieet is niet nodig, wanneer slechts deze producten worden vermeden.


Onderzoek naar ADD en voeding:

Lidy Plessner  bundelde voor het onderzoek haar krachten met onder meer prof. Jan Buitelaar - een autoriteit op het gebied van ADHD. De INCA studie (Impact of Nutrition on Children with ADHD), is het meest grondige onderzoek naar de relatie tussen ADHD en voeding.
Vijftig kinderen met ADHD, tussen 4 en 8 jaar oud, volgden gedurende 5 weken het dieet. Een controlegroep van hetzelfde aantal ADHD-kinderen kreeg gewoon te eten. Een kinderarts, die niet wist in welk van de twee groepen het kind was ingedeeld, beoordeelde aan de hand van een scorelijst het gedrag de kinderen – o.a. op criteria als hyperactiviteit, impulsiviteit, concentratie vermogen, stemming en driftbuien.
Het gemeten effect was opmerkelijk. Liefst 64% van de kinderen met ADHD die aan het dieet meewerkten, bleek aan het eind van het onderzoek niet langer aan de criteria voor ADHD te voldoen. Ook hun ouders en leerkrachten melden grote gedragsverbeteringen. Bij de controlegroep werd geen gedragsverandering geconstateerd.
Buitelaar vertelt tegenover Spy.nl: ‘De mogelijkheden om ADHD te bestrijden met dieetinterventies zijn veel groter dan we dachten. Het onderzoek is controversieel omdat de relatie tussen voedsel en gedragsproblemen als achterhaald werd beschouwd’. Hij ziet hierin onder wetenschappers een kentering plaatsvinden.
Vooral voor jonge kinderen is het dieet interessant, stelt Buitelaar: ‘Tussen de vier en acht jaar is de gevoeligheid voor voedsel groot. En kinderen zitten dan nog in de ontwikkeling naar ADHD’.

Kritiek op het RED Dieet:

De studie heeft niet iedereen overtuigd. MedPage Today® laat in een artikel enkele sceptische wetenschappers aan het woord. Er is nog te weinig onderzoek gedaan om een relatie tussen ADHD en voeding te bevestigen, menen enkele van hen. Zij vinden het voorbarig om nu al te forse conclusies te trekken.
Harvey Leo, immunoloog aan de Universiteit van Michigan, laat weten: ‘Ik denk niet dat aan de gepresenteerde gegevens echte geldigheid kan worden ontleend’. Hij denkt dat de resultaten ook toegeschreven kunnen worden aan omgevingsfactoren. Omdat het meewerken aan een dergelijk onderzoek van ouders de nodige organisatie, structuur en regelmaat vraagt, zullen de positieve effecten bij hun kroost kunnen verklaren, denkt hij. Het is immers bekend dat ongunstige omstandigheden, zoals een prikkelrijke, ongestructureerde omgeving, ADHD-symptomen doet toenemen.

Anderen menen dat de studie beperkt wordt door het feit dat de ouders, leraren en onderzoekers natuurlijk wel wisten welke kinderen het dieet volgden. Dit zou hun kijk op het gedrag van het kind hebben kunnen beïnvloedt. Positieve verwachtingen van de dieet-behandeling kunnen zo in het gedrag van het kind zijn ‘ingelezen’, stellen zij.