Kernsymptomen van ADHD

AD(H)D kan zowel mét als zónder hyperactiviteit voorkomen en wordt gekenmerkt door een drietal kernsymptomen:
  • aandachtstekort (of wel problemen met het vasthouden van de aandacht)
  • impulsiviteit (ofwel problemen met impulsbeheersing- of remming)
  • hyperactiviteit (ofwel over beweeglijkheid en moeite met stil zitten)

Aandachtstekort:
Onder aandacht wordt het systematisch kunnen verwerken van informatie uit de omgeving bedoeld. Dat betekent dat het niet alleen het concentratie vermogen betreft, maar ook de manier waarop de aandacht wordt gericht en hoe het kind omgaat met de informatie die hij binnen krijgt. Zo is een belangrijke taak in de ontwikkeling van ieder kind om selectieve aandacht op te kunnen brengen. Een kleuter kan al beter dan een peuter zich op een specifieke bezigheid richten. Bij kinderen met ADHD kunnen daarin dingen anders verlopen, met name:

tekort aan selectieve aandacht: hierbij kan een kind zich onvoldoende richten op een bepaalde bezigheid, zonder afgeleid te worden door irrelevante bijkomstigheden.
tekort aan volgehouden aandacht: hierbij lukt het een kind minder goed om voldoende lang met een bepaalde taak bezig te zijn.

Het kan daarbij wel voorkomen dat het kind taken die hem/haar interesseren wél langdurig weet vol te houden. Het gemotiveerd bezig zijn met taken die het kind saai vinden levert dan echter wel problemen op. Daarbij komen deze kinderen vaak chaotisch over en zijn onvoldoende in staat 'to stop, look and listen'. Hierdoor ronden zij taken vaak maar half af, vergeten ze dingen, nemen ze opdrachten onvoldoende in zich op, lijken ze vaak niet te luisteren, beginnen ze te laat en hebben ze taken niet op tijd af.

Impulsiviteit:
Impulsiviteit betreft de gedragsregulatie; kinderen met ADHD kunnen meer moeite hebben om afgeremd te worden in iets wat ze van plan zijn. Ze lijken ongevoelig voor de gevolgen van hun gedrag en hebben alvorens te handelen onvoldoende over de consequenties ervan nagedacht.
Bij cognitieve opdrachten kunnen ze te snel zijn met het geven van een oplossing, terwijl over de opdracht nog onvoldoende is nagedacht. Ze hebben moeite om alvorens aan iets te beginnen, eerst een doordacht plan te maken.

Hyperactiviteit:
Onder hyperactiviteit kunnen verschillende gedragingen worden verstaan. Zo zijn er kinderen die continu onrustig friemelen met de handen en moeiete hebben langere tijd stil te blijven zitten. Hierbij is sprake van gedrag dat ook bij andere kinderen kan voorkomen en op zichzelf niet een groot probleem vormt.
Lastiger wordt het wanneer het kind ook in zijn/haar grove motoriek onrustig is, zodat het voortdurend opstaat en rondloopt. Tenslotte kunnen kinderen met ADHD een ongecontroleerde en chaotische bewegelijkheid hebben, zodat bij bepaalde activiteiten er regelmatig ongelukjes gebeuren. Denk daarbij aan het laten vallen en omstoten van dingen.